Wet- en regelgeving in de ons omringende landen

Onderstaand overzicht is grotendeels gebaseerd op een eerder verschenen rapport van de Vereniging Rembrandt, ‘Zorgvuldige omgang met kunst in het publieke domein’. 1

België

Topstukkendecreet

In België hebben de Duitse, Waalse en Vlaamse Gemeenschappen elk een eigen decreet. De decreten van de Duitse en Franse Gemeenschap (2017 en 2002) zijn een uitwerking van Verordening (EG) 116/2009. De Franstalige Gemeenschap kent een ‘Commission consultative du patrimoine culturel mobilier’, die beoordeelt of een cultuurgoed een ‘trésor’ is. Deze cultuurgoederen krijgen alleen een tijdelijke exportvergunning. Cultuurgoederen die niet als ‘trésor’ zijn aangemerkt kunnen desgevraagd een permanente exportvergunning krijgen. Er is geen specifieke procedure; aanvragers doorlopen de procedure voor een Europese exportvergunning.

Het Topstukkendecreet (2003) van de Vlaamse Gemeenschap kent aan cultuurgoederen die als zeldzaam en onmisbaar voor de Vlaamse Gemeenschap worden beschouwd de status van topstuk toe. Topstukken kunnen zowel particulier bezit als overheidsbezit zijn. Topstukken die door de Vlaamse regering in de Topstukkenlijst worden opgenomen gelden als beschermd voorwerp. Een door de minister benoemde ‘Raad voor het behoud van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang’, kortweg de Topstukkenraad, adviseert de Vlaamse regering over de toepassing van het decreet (in het bijzonder over de vaststelling van de lijst) en tevens over het beleid inzake het cultureel erfgoed.

Voor de in de lijst opgenomen topstukken kunnen restauratiesubsidies aangevraagd worden. Die subsidies kunnen maximum 80 procent van de kosten voor conservatie en restauratie bedragen.

Voor het buiten de Vlaamse Gemeenschap brengen van in de lijst opgenomen topstukken is een voorafgaande toestemming vereist van de Vlaamse overheid. Die toestemming is ook vereist voor topstukken die níet in de lijst zijn opgenomen. Eigenaren die duidelijkheid willen over de status van hun cultuurgoed kunnen aan de Vlaamse overheid een certificaat van niet-bescherming als topstuk aanvragen. Dit certificaat garandeert dat het roerend goed of de verzameling waarvoor het certificaat werd afgeleverd vrij buiten Vlaanderen gebracht kan worden.

De weigering van de gevraagde toestemming verplicht de Vlaamse overheid om het topstuk aan te kopen tegen de internationale marktwaarde. Om de aankoop van topstukken mogelijk te maken is een fonds opgericht, het Topstukkenfonds geheten.


Verenigd Koninkrijk

UK Export Licensing for Cultural Goods

In het Verenigd Koninkrijk (VK) is de bescherming van cultuurgoederen gebaseerd op exportcontrole. Voor goederen ouder dan vijftig jaar en afhankelijk van het soort cultuurgoed van een bepaalde waarde is zowel bij export naar een andere lidstaat, als bij export buiten de EU een exportvergunning vereist: ‘The purpose of the export control system is to provide an opportunity for the UK to retain cultural goods judged to be of outstanding national importance that would otherwise be exported.’ Voorafgaand aan een vergunningaanvraag is dus niet duidelijk of een cultuurgoed tot het nationale erfgoed van het VK behoort.

Op basis van de aanvraag beoordeelt een Expert Adviser of het object vanwege het uitzonderlijke nationale belang ervan voor het VK mogelijk een ‘national treasure’ is. Luidt dat oordeel positief, dan wordt de aanvraag doorgestuurd naar de ‘Reviewing Committee on the Export of Works of Art and Objects of Cultural Interest’ (RCEWA). Deze commissie adviseert de staatssecretaris van Culture, Media and Sport over het verstrekken van exportvergunningen voor cultuurgoederen. Daarbij toetst de RCEWA de aanvraag aan de zogenaamde Waverley criteria. Deze luiden als volgt:

  • History
    Is the item closely connected with our history and national life?
  • Aesthetics
    Is it of outstanding aesthetic importance?
  •  Scholarship
    Is it of outstanding significance for the study of some particular branch of art, learning or history?

De commissie adviseert de ‘Secretary of State’ om de vergunning te verlenen of deze nog aan te houden. Dit advies wordt in de regel gevolgd.

De lengte van de periode waarin een aanbod tot aankoop kan worden gedaan wordt door de RCEWA van geval tot geval bepaald en hangt onder meer af van de waarde van het object en van de verwachte mogelijkheid om fondsen te werven.

Gemiddeld worden tussen de 25 en 50 vergunningen aangehouden, op ongeveer 20.000 aanvragen.

De RCEWA brengt jaarlijks een rapport uit dat samen met een rapport van de Secretary of State naar het parlement wordt gestuurd.

Duitsland

Kulturgüterschutzgesetz (KGSG)

Op 6 augustus 2016 werd in Duitsland een nieuwe federale wet van kracht voor de bescherming van cultuurgoederen: de Kulturgüterschutzgesetz (KGSG). Daarin zijn drie eerdere wetten samengebracht en zijn nieuwe bepalingen toegevoegd. De wet beoogt Duitse cultuurgoederen beter te beschermen. Daarnaast maakt de wet het voor andere landen eenvoudiger de toepassing van internationaal rechtelijke regelgeving, zoals het UNESCO-verdrag van 1970, in te roepen.

De Duitse wetgeving gaat nog altijd uit van een ‘lijstensysteem’. In Duitsland zijn de deelstaten verantwoordelijk voor cultuur- en erfgoedbeleid en dus ook voor het bijhouden van de lijsten van ‘cultuurgoederen van nationale betekenis’, die met het opnemen op de lijst als beschermd worden beschouwd. Cultuurgoederen die op een lijst zijn opgenomen komen voor bepaalde belastingvoordelen in aanmerking.

De KGSG introduceert een voor Duitsland nieuw begrip: Nationaal Cultuurbezit (Nationales Kulturgut). Daartoe worden gerekend:

  • de cultuurgoederen in particulier bezit die op een lijst zijn opgenomen;
  • cultuurgoederen in publiek bezit die onderdeel zijn van een collectie van een publieke instelling die cultuurgoederen beheert;
  • cultuurgoederen die in bezit zijn van en beheerd worden door een instelling die met publieke middelen wordt gefinancierd;
  • cultuurgoederen die in bezit zijn van de Federale Staat of de Deelstaten.

Met de invoering van deze nieuwe categorie Nationaal Cultuurbezit beoogt de Duitse regering alle cultuurgoederen in publiek bezit een beschermde status te geven, ook als ze niet zijn opgenomen op een lijst. Daarmee vallen ze onder de werking van de relevante Europese en mondiale regelgeving.

Een majeure verandering is ook dat de wet bepaalt dat voor alle cultuurgoederen die vallen binnen een bepaalde categorie (ouder dan 75 jaar en meer dan 300.000 euro waard) een exportvergunning moet worden aangevraagd als zij Duitsland verlaten, dus ook als de export naar een land binnen de EU plaatsvindt. Deze exportvergunning wordt verstrekt door de federale autoriteit (Beauftragte der Bundesregierung für Kultur und Medien) na consultatie van de deelstaatautoriteiten. Wordt een exportvergunning geweigerd, dan kent de wet een procedure voor mogelijke aankoop van het cultuurgoed door een publiek toegankelijke instelling. Een aankoopverplichting door de staat is er niet.

Nieuw in de wet is ook dat de federale overheid verantwoordelijk wordt voor het opzetten en onderhouden van een website inzake de bescherming van cultuurbezit. Dit met het oogmerk om transparantie en kennis over de regelgeving te vergroten.

Frankrijk

Code du Patrimoine

Frankrijk heeft een wettelijke regeling tot bescherming van het openbaar kunstbezit, waarmee het in beginsel verboden is om dit over de grens te brengen dan wel het aan een particulier te verkopen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • nationale schatten (trésors nationaux)
    Cultureel erfgoed dat tot de collecties van musea en tot publieke collecties behoort, cultuurgoederen die als zodanig zijn aangemerkt op basis van boek II en IV van de Code Patrimoine en alle andere goederen van bijzonder belang voor het nationale cultureel erfgoed vanuit historisch, artistiek of archeologisch oogpunt.
  • cultureel erfgoed (biens culturels, autres que les trésors nationaux)
    Dit wordt door het Federale Antiquiteiten en Monumenten Bureau en de Nationale Bibliotheek gedefinieerd.

Het is verboden om nationale schatten definitief buiten Frankrijk te brengen en voor tijdelijke uitvoer is toestemming nodig van bevoegde autoriteit.

Voor een cultuurgoed dat geen trésor national is, altijd cultuurgoed in particulier bezit, moet een certificaat worden aangevraagd dat vaststelt dat het geen nationale schat betreft. Het certificaat wordt in elk geval verstrekt als het object in de afgelopen vijftig jaar rechtmatig is ingevoerd.

In het geval de minister voornemens is om het certificaat niet af te geven, moet er een zienswijze komen van de ‘Commission consultative des trésors nationaux’. Deze commissie bestaat uit elf leden, onder wie vijf ambtenaren van de staat.

Bij het niet verlenen van het certificaat volgt er een periode van dertig maanden waarin het bevoegde overheidsorgaan de eigenaar van het object een voorstel doet tot aankoop van het cultuurgoed. Een aanbod van de overheid moet de eigenaar binnen twee maanden afwijzen of accepteren. Doet deze dat niet, dan wordt een volgende aanvraag voor een certificaat opnieuw afgewezen.

Daarnaast kent Frankrijk een voorkeursrecht, ‘Droit de préemption’. Dit betekent dat de Franse staat een optie tot aankoop heeft als een belangrijk cultuurgoed geveild wordt en na de laatste hamerslag op de veiling het betreffende cultuurgoed tegen betaling van de gerealiseerde veilingprijs kan verwerven.

Vereniging Rembrandt, 2014

Adviesaanvraag Van terughoudend
naar betrokken
Samenstelling commissie Overzicht gesprekspartners Juridische analyse Wet- en regelgeving in de ons omringende landen Literatuur en bronnen