Aanbiedingsbrief

Den Haag, 30 september 2019
Betreft: Rapport adviescommissie bescherming cultuurgoederen

Geachte minister Van Engelshoven,

Hierbij treft u het door u gevraagde advies aan over de bescherming van cultuurgoederen in het kader van de Erfgoedwet. Op 19 februari 2019 heeft u de raad verzocht een onafhankelijke adviescommissie in te stellen met als opdracht te onderzoeken of de huidige wettelijke regelingen en de daarop gebaseerde beleidsregels adequaat zijn om belangwekkend erfgoed in particulier bezit voor Nederland te kunnen behouden, en om waar nodig voorstellen te doen voor aanpassing van deze regelingen. Bijgaand advies is de weerslag van dit onderzoek.

De raad is verheugd over het gedegen rapport dat de onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van Alexander Pechtold heeft opgesteld. De situatie die de commissie blootlegt baart ons zorgen. Wij onderschrijven ten volle de analyse en de aanbevelingen van de commissie. Wij menen dat u met bijgaand rapport een bruikbaar advies in handen heeft om het effect van de Erfgoedwet voor cultuurgoederen en verzamelingen in particulier bezit te versterken, zonder dat daar al te grote wetsaanpassingen voor nodig zijn.

In haar advies ‘Van terughoudend naar betrokken. Hoe cultuurgoederen onder de Erfgoedwet adequaat te beschermen’ toont de commissie-Pechtold aan dat de minister met de Erfgoedwet op papier een goed instrument in handen heeft om cultuurgoederen en verzamelingen zorgvuldig te beschermen. De wet kent elf regelingen die aan deze bescherming bijdragen. Toch blijkt uit de analyse van de commissie dat cultuurgoederen in particulier bezit met de huidige interpretatie en werking van de wet nog onvoldoende worden beschermd.

Zo signaleert de commissie dat het terughoudend aanwijzingsbeleid van de minister niet strookt met andere actuele omstandigheden, zoals het recht op vrij verkeer van goederen in de EU en het feit dat de Erfgoedwet geen werking heeft voor goederen die zich eenmaal buiten Nederland bevinden. Daarmee kunnen niet-aangewezen cultuurgoederen die belangwekkend zijn voor het Nederlands erfgoed gemakkelijk voor Nederland verloren gaan. Op dit moment wordt enkel tot aanwijzing overgegaan wanneer belangrijke cultuurgoederen uit Nederland dreigen te verdwijnen, maar eenmaal over de grens is ons (niet-aangewezen) cultuurgoed vogelvrij.

In samenhang hiermee kritiseert de commissie de visie van de minister op de Collectie Nederland, ofwel ‘het totaal van de publiek toegankelijke geregistreerde collecties en de niet-toegankelijke, particuliere collecties waarvoor de overheid verantwoordelijkheid heeft genomen’. 1 De minister stelt zich op het standpunt dat deze collectie ‘af’ is; een van de redenen voor haar terughoudend aanwijzingsbeleid. De commissie onderstreept echter dat een collectie onmogelijk af kan zijn; onder invloed van een wisselende kijk op onze geschiedenis en onze cultuur verandert onze blik op wat we willen bewaren en wat onderdeel uitmaakt van onze culturele identiteit voortdurend. Dat vraagt juist om een doorlopende, kritische actualisatie en herijking van de collectie.

De commissie adviseert de minister allereerst daarom een steviger visie te (laten) ontwikkelen op de dynamische Collectie Nederland, gepaard aan een actiever, minder van toeval afhankelijk aanwijzingsbeleid. Hiertoe dient een onafhankelijke, vaste deskundigencommissie in het leven te worden geroepen met als taak het cultuurgoed in Nederland te inventariseren, hierover aan de minister te adviseren en met het veld hierover te communiceren. De commissie roept hiermee op tot een terugkeer van de commissie die onder de Wet tot behoud van cultuurbezit (Wbc) deze functie vervulde. Een dergelijke commissie zou bijvoorbeeld kunnen worden ondergebracht bij de Raad voor Cultuur. De raad herbergde destijds ook de Wbc-commissie en is desgevraagd bereid die rol opnieuw op zich te nemen.

In samenwerking met deze deskundigencommissie dienen ook nieuwe beleidsregels te worden opgesteld om meer duidelijkheid te scheppen rond de Erfgoedwet en haar werking, in het bijzonder met betrekking tot de aanwijzingsregeling. De commissie signaleert dat er in de praktijk veel onduidelijkheid leeft over het bestaan en de interpretatie van de wet en haar regelingen, onder andere doordat de wet niet duidelijk omschrijft wat wordt verstaan onder ‘particulier bezit’.

De commissie komt daarnaast met een aantal aanbevelingen om de bekendheid en de werking van de Erfgoedwet op middellange en lange termijn te verbeteren. Zo moet de voorlichting rond de wet worden aangescherpt en zou de minister liefst bij wet moeten waarborgen dat er altijd voldoende overheidsmiddelen aanwezig zijn voor eventuele aankopen van beschermde cultuurgoederen en verzamelingen die uit Nederland dreigen te verdwijnen (het Nationaal Aankoopfonds). Ook moet bij een actiever aanwijzingsbeleid meer zorg worden besteed aan de inbreuk die een aanwijzing maakt op het eigendomsrecht van particuliere eigenaren, bijvoorbeeld door hun een passende compensatie te bieden in de vorm van een bijdrage voor beveiliging en verzekering van het cultuurgoed en/of door fiscale tegemoetkomingen.

De commissie die bijgaand advies heeft opgesteld bestond naast Alexander Pechtold uit Tom Barkhuysen, Fusien Bijl de Vroe, Sabine Gimbrère en, namens de Raad voor Cultuur, Lennart Booij. De commissie werd bijgestaan door jurist Machteld Claessens. Secretaris was Rebecca Roskam. Graag maakt de raad hierbij van de gelegenheid gebruik om commissie en secretaris van harte te bedanken voor hun werk. Hun expertise en kundigheid heeft in onze ogen bijgedragen aan een adequate beantwoording van uw adviesvraag, die de raad volledig kan onderschrijven.

Met vriendelijke groet,

Marijke van Hees, voorzitter
Jakob van der Waarden, directeur

Bron: museumbrief ‘Samen werken, samen sterker’,
juni 2013.

Aanbiedingsbrief